Belangrijke verduidelijkingen betreffende uw pensioen.
Beste collega’s,
Ik merk dat er momenteel enige verwarring bestaat over de verschillende pensioendata. Daarom wil ik enkele belangrijke zaken verduidelijken. Er is namelijk een verschil tussen de wettelijke pensioenleeftijd, de datum waarop je vervroegd met pensioen kunt gaan en de uiteindelijke berekening van je pensioenbedrag. Voor sommige collega’s met een gemengde loopbaan is er ook nog de gemeenschappelijke pensioendatum
- De wettelijke pensioenleeftijd
De wettelijke pensioenleeftijd is afhankelijk van je geboortedatum:
- Geboren vóór 1 januari 1960: 65 jaar.
- Geboren tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963: 66 jaar.
- Geboren vanaf 1 januari 1964: 67 jaar.
De datum waarop je de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, bepaalt vanaf wanneer je met pensioen kan. Je kan met wettelijk pensioen gaan vanaf de eerste dag van de maand na je verjaardag. Dit staat los van de voorwaarden om eventueel vervroegd met pensioen te gaan.
- Vervroegd pensioen en de loopbaanduur
Een van de data die je op MyPension ziet, is de vroegst mogelijke pensioendatum op basis van je persoonlijke loopbaangegevens en de wettelijke voorwaarden voor vervroegd pensioen.
Om vervroegd met pensioen te kunnen gaan, moet je voldoen aan bepaalde leeftijds- en loopbaanvoorwaarden. Die zijn afhankelijk van je leeftijd en het aantal loopbaanjaren.
De vereiste minimumleeftijd en het aantal loopbaanjaren zijn:
| Leeftijd | Vereiste loopbaan |
Belangrijke wijzigingen vanaf 1 januari 2027:
De voorwaarden qua leeftijd en loopbaanjaren om vervroegd met pensioen te gaan, blijven behouden. Vanaf 1 januari 2027 verandert wel de berekening van de loopbaanjaren die in aanmerking komen om recht te hebben op vervroegd pensioen.
- Een loopbaanjaar telt in principe mee als je minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen hebt.
- Voor het eerste loopbaanjaar geldt een uitzondering: minstens 104 dagen volstaan.
- Er komt ook een bijkomende mogelijkheid om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan na 42 loopbaanjaren met elk minstens 234 effectief gewerkte dagen.
Vanaf 1 januari 2027 verandert de manier waarop een loopbaanjaar meetelt voor de loopbaanvoorwaarde voor vervroegd pensioen.
- Vanaf 2027 moet een loopbaanjaar in principe minstens 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen bevatten om mee te tellen.
- Voor het eerste loopbaanjaar geldt een uitzondering: daar volstaan 104 dagen, op voorwaarde dat er voordien nog geen loopbaanjaar met minstens 156 dagen was.
- Er bestaan daarnaast overgangsmaatregelen en uitzonderingen.
Belangrijk: een jaar dat niet aan de 156 dagen voldoet, verdwijnt niet zomaar uit je pensioenloopbaan. Het kan nog steeds meetellen voor de berekening van je pensioenbedrag, maar niet noodzakelijk voor de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan.
Een voltijdse loopbaan bij de politie telt voor de pensioenberekening als 312 gewerkte dagen per kalenderjaar.
Waarom zullen sommige mensen volgens de nieuwe berekening mogelijk langer moeten werken? Personen met een gemengde loopbaan, bijvoorbeeld bij de politie en in de privésector, of personen die tijdens hun loopbaan een loopbaanonderbreking namen, kunnen volgens de nieuwe berekening mogelijk langer moeten werken. Dit komt doordat bepaalde loopbaanjaren niet aan de vereiste 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen voldoen en daardoor niet langer meetellen voor de toegang tot vervroegd pensioen.
- Specifieke regeling voor operationele diensten bij de politie
Ook het politiepersoneel zal, ondanks de erkenning van het politiewerk als zwaar beroep, rekening moeten houden met een langere loopbaan om de vroegst mogelijke pensioendatum te bereiken. Dit is het gevolg van de geleidelijke afbouw van de verhogingscoëfficiënt die bij de berekening van de vroegste pensioendatum wordt toegepast. Vanaf 2027 wordt deze coëfficiënt jaarlijks met 0,005 verminderd, van 1,050 naar 1,025 in 2031. Hierdoor zal de opgebouwde loopbaanduur minder sterk worden verhoogd, waardoor de voorwaarden om vervroegd met pensioen te kunnen gaan minder snel worden bereikt.”
Dit betekent dat de actieve diensten nog steeds een voordeel behouden bij de berekening van de vroegst mogelijke pensioendatum, maar dat dit voordeel geleidelijk kleiner wordt. Hierdoor zal een loopbaan van 40 dienstjaren, die vroeger door toepassing van de coëfficiënt 1,05 als 42 loopbaanjaren werd aangerekend, in 2031 door toepassing van de coefficient 1,025 nog slechts als ongeveer 41 loopbaanjaren meetellen voor de berekening van de loopbaanduur die recht geeft op vervroegd pensioen en het bepalen van de vroegst mogelijke pensioendatum.
- Gemengde loopbaan: verschillende statuten tijdens je loopbaan
Dit is een belangrijk aandachtspunt!
Niet iedereen heeft zijn volledige loopbaan binnen hetzelfde pensioenstelsel opgebouwd.
Sommigen hebben bijvoorbeeld gewerkt:
- Als werknemer in de privésector.
- Als zelfstandige.
- Als contractueel personeelslid bij de overheid.
- Als statutair ambtenaar.
- In het operationeel kader van de politie.
Wie tijdens zijn loopbaan verschillende van deze statuten heeft gehad, kan een gemengde loopbaan hebben.
De verschillende loopbaanperiodes worden volgens de regels van het toepasselijke pensioenstelsel beoordeeld. Ook de nieuwe voorwaarden vanaf 2027 kunnen per pensioenstelsel een andere impact hebben.
Bijvoorbeeld: iemand die eerst als werknemer heeft gewerkt en daarna als statutair politieambtenaar, moet rekening houden met de pensioenregels van beide stelsels. Het volstaat dus niet om enkel naar de loopbaanduur binnen de huidige functie te kijken.
Een gemengde loopbaan kan bijgevolg een invloed hebben op zowel de vroegst mogelijke pensioendatum als op de uiteindelijke pensioenberekening.
- De berekening van het pensioenbedrag
Naast de wijziging van de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan, verandert ook de berekeningswijze van het pensioenbedrag.
Voor statutaire ambtenaren wordt onder andere de berekening op basis van de loopbaanbreuk aangepast. Ook de referentiewedde waarop het ambtenarenpensioen wordt berekend, verdient bijzondere aandacht.
5.1 Loopbaanbreuk
Wijziging van het tantième voor het politiepersoneel vanaf 1 januari 2027
De nieuwe pensioenwetgeving wijzigt de manier waarop het politiepensioen wordt berekend. Vandaag geniet het operationeel politiepersoneel van een voordelig tantième van 1/50, in plaats van het gewone tantième van 1/60 dat voor de meeste ambtenaren geldt.
Vanaf 1 januari 2027 wordt dit voordelige tantième voor de toekomst afgeschaft. Dit betekent dat de effectief gepresteerde diensten vanaf die datum zullen worden aangerekend aan het gewone tantième van 1/60.
De reeds verworven pensioenrechten blijven echter behouden:
- Diensten tot en met 31 december 2026: blijven berekend aan het voordelige tantième van 1/50.
- Diensten vanaf 1 januari 2027: worden berekend aan het gewone tantième van 1/60.
Wat betekent dit concreet?
Een dienstjaar bij de politie dat vóór 2027 werd gepresteerd, levert een groter pensioenrecht op dan een dienstjaar vanaf 2027.
Bij een tantième van 1/50 wordt per dienstjaar 1/50 van de referentiewedde opgebouwd. Vanaf 2027 wordt dit 1/60. De toekomstige dienstjaren zullen bijgevolg minder zwaar doorwegen in de berekening van het uiteindelijke politiepensioen.
De wijziging van het tantième staat los van de berekening van de loopbaanduur om te bepalen wanneer je vervroegt met pensioen kan.
De impact hiervan verschilt naargelang je statuut, je opgebouwde loopbaan en de pensioenrechten die je al hebt verworven.
5.2 Referentiewedde
Uitbreiding van de referentiewedde voor de berekening van het politiepensioen vanaf 1 januari 2027
De nieuwe pensioenwetgeving wijzigt ook de berekening van de referentiewedde voor het pensioen van politieambtenaren.
Vandaag wordt het ambtenarenpensioen in principe berekend op basis van de gemiddelde wedde van de laatste 10 loopbaanjaren (of de volledige loopbaan wanneer die korter is).
Vanaf 1 januari 2027 wordt deze referentieperiode geleidelijk uitgebreid. Het aantal jaren waarop de gemiddelde wedde wordt berekend, hangt af van je geboortejaar. Op termijn wordt de referentieperiode uitgebreid tot 45 jaar.
Belangrijk: deze wijziging heeft betrekking op de volledige referentieperiode van je loopbaan als ambtenaar en niet uitsluitend op de dienstjaren die je vanaf 2027 presteert. Ook de wedden uit eerdere loopbaanjaren kunnen dus mee de basis vormen voor de berekening van je pensioen.
De uitbreiding gebeurt volgens onderstaande tabel:
| Geboortejaar | Referentieperiode |
| 1961 of vroeger | 5 jaar |
| 1962 | 10 jaar |
| 1963 | 11 jaar |
| 1964 | 12 jaar |
| 1965 | 13 jaar |
| 1966 | 14 jaar |
| 1967 | 15 jaar |
| 1968 | 16 jaar |
| 1969 | 17 jaar |
| 1970 | 18 jaar |
| 1971 | 19 jaar |
| 1972 | 20 jaar |
| 1973 | Altijd plus 1 jaar tot |
| 1997 of later | 45 jaar |
Wat betekent dit concreet De referentieperiode wordt afhankelijk van je geboortejaar verlengd.
- Wie minder jaren als ambtenaar heeft gewerkt dan de voorziene referentieperiode, krijgt zijn volledige loopbaan als ambtenaar in aanmerking genomen.
- Wie uiterlijk op 1 januari 2027 vervroegd met pensioen kan gaan, behoudt de huidige berekeningswijze van de referentiewedde, ook wanneer het pensioen pas later ingaat.
- Voor personen geboren vóór 1 januari 1962 blijft de referentieperiode van 5 jaar behouden.
De hervorming heeft dus niet alleen betrekking op de toekomstige dienstjaren. De uitbreiding van de referentieperiode kan ook de wedden uit eerdere jaren van je politiecarrière in de berekening betrekken.
- Wanneer kennen we het exacte pensioenbedrag?
Op dit moment kan het definitieve pensioenbedrag nog niet op een correcte en volledige manier worden berekend volgens alle nieuwe pensioenregels.
De Federale Pensioendienst (FOD Pensioenen) zal in 2027 de aangepaste berekeningsregels kunnen toepassen en een meer volledige pensioenberekening kunnen afleveren.
Wie echter vóór dat moment met pensioen wil gaan of een concrete beslissing moet nemen over zijn pensioenplanning, kan uiteraard een individuele berekening aanvragen bij de FOD Pensioenen.
Het is belangrijk om hierbij niet uitsluitend af te gaan op eventuele ramingen of bedragen die momenteel op MyPension worden weergegeven. Deze kunnen nog wijzigen door de nieuwe wetgeving en de aangepaste berekeningsmethodes.
- Controleer je loopbaan via MyPension en MyCareer
Ik raad iedereen aan om zelf regelmatig beide websites te raadplegen.
MyPension – www.mypension.be
Hier kan je onder andere:
- Je wettelijke en vroegst mogelijke pensioendatum raadplegen.
- Je pensioenraming bekijken.
- Je opgebouwde pensioenrechten opvolgen.
- Nagaan hoe je loopbaan wordt meegenomen in de pensioenberekening.
MyCareer – www.mycareer.be
Hier kan je je volledige professionele loopbaan bekijken:
- Welke werkgevers je hebt gehad.
- Welke periodes je gewerkt hebt.
- Welke periodes van inactiviteit geregistreerd staan.
- Hoe je loopbaan doorheen de jaren werd opgebouwd.
Controleer zeker of alle periodes correct geregistreerd zijn. Dit is bijzonder belangrijk voor collega’s met een gemengde loopbaan of collega’s die tijdens hun loopbaan verschillende statuten hebben gehad.
Ontbreken er bepaalde periodes of stel je fouten vast? Dan is het belangrijk om dit tijdig te laten onderzoeken en recht te zetten.
Tot slot: wat moet je vooral onthouden?
- De wettelijke pensioenleeftijd: De wettelijke pensioenleeftijd ligt vast op basis van je geboortedatum, 65, 66 of 67 jaar en is niet afhankelijk van je loopbaanduur of het aantal gewerkte jaren. Op deze datum ontvang je een pensioen afhankelijk van je volledige loopbaan, je statuut, je opgebouwde pensioenrechten en de toepasselijke berekeningsregels
- De vroegst mogelijke pensioendatum: is daarentegen wel afhankelijk van je leeftijd, je loopbaanduur en de toepasselijke pensioenvoorwaarden. Op deze datum ontvang een pensioen afhankelijk van je loopbaan,binnen je ambtenarenstatuut, je opgebouwde pensioenrechten als ambtenaar en de toepasselijke berekeningsregels
- De gemeenschappelijke pensioendatum: Wie tijdens zijn loopbaan zowel als statutair ambtenaar als werknemer in de privésector heeft gewerkt, bouwt pensioenrechten op in verschillende pensioenstelsels. Voor deze personen wordt een gemeenschappelijke pensioendatum bepaald. Dit is de vroegst mogelijke datum waarop iemand zijn pensioen in alle betrokken pensioenstelsels samen kan opnemen.
OPGELET: Als je op de vroegst mogelijke datum het pensioen zal opnemen dan wil dit zeggen dat je stopt met het opbouwen van extra jaren dienst. Je bent immers niet meer aan het werk. Hierdoor zal de pensioendatum voor een loopbaan opgebouwd in het privéstelsel (als werknemer of als zelfstandige) opschuiven en zal je slechts voor dit gedeelte pensioen (los van het ambtenarenpensioen) pas recht hebben op de wettelijke pensioenleeftijd.Indien je beslist om te blijven verder werken als ambtenaar tot de gemeenschappelijke pensioendatum dan zal het volledige pensioen kunnen worden toegekend dit wil zeggen zowel het ambtenarenpensioen als het werknemers/zelfstandige pensioen.
De datum die momenteel op MyPension wordt vermeld, geeft niet noodzakelijk je definitieve vroegst mogelijke pensioendatum weer. Door de nieuwe pensioenwetgeving kunnen de berekeningsregels voor de loopbaanduur en de voorwaarden voor vervroegd pensioen wijzigen, waardoor ook je vroegst mogelijke pensioendatum kan verschuiven.
Kijk daarom niet alleen naar de vermelde pensioendatum, maar controleer ook je volledige loopbaan via MyCareer. Zeker bij een gemengde loopbaan of een loopbaan binnen verschillende overheidsdiensten is dit belangrijk.
Besluit
Het uiteindelijke pensioenbedrag: afhankelijk van je volledige loopbaan, je statuut, je opgebouwde pensioenrechten en de toepasselijke berekeningsregels.
Iedere loopbaan is anders en de impact van de nieuwe pensioenwetgeving zal bijgevolg ook voor iedereen verschillend zijn.
Hopelijk zorgt deze toelichting voor wat meer duidelijkheid.
Met vriendelijke groeten
Carlo Médo
Voorzitter NSPV