“In de volgende editie van ons ledenblad ‘Echo’ gaan we met nationaal judo-icoon Harry Van Barneveld op de tatami om hem, door middel van enkele worpen en klemmen, antwoorden te ontfutselen op enkele vragen.

Zo peilen we naar zijn motivatie om de politie op latere leeftijd te vervoegen, of hij een voorstander is van solopatrouilles en hoe hij de balans werk/privé ervaart.

Wil je alvast een sneak preview? Scroll dan zeker verder!”


Halverwege de zomervakantie had ik een interessant gesprek met nationaal judo-icoon en collega Harry Van Barneveld. Hij vervoegde de politie op latere leeftijd met heel wat levenservaring in zijn rugzak. Een gesprek over de verschillen, maar ook gelijkenissen, tussen de sport- en politiewereld en een verschuiving van prioriteiten.

Iedereen herkent je vooral van jouw sportieve prestaties: o.a. 18 maal Belgisch kampioen en Olympisch brons in 1996. Hoe zag een doorsnee trainingsdag eruit om dergelijk palmares bijeen te kampen?
Dat was zeer verschillend en afhankelijk van de periode van het jaar. Je had de voorbereidingsperiode en het competitieseizoen.
Ik trainde gemiddeld elke dag. Het waren lange dagen, want ik woonde in Marche-en-Famenne en ging trainen in Gent. Bovendien was trainen in België moeilijk, gezien ik hier geen tegenstrevers had. Dit had als gevolg dat ik 6 maanden per jaar in het buitenland zat. Op stage in Japan bijvoorbeeld trainde ik tweemaal per dag twee uren puur judo. Daar bovenop lopen en conditietraining en als toemaatje nog wat krachttraining.

Wat gaf de aanleiding om van topsporter de overstap naar de politie te maken?
Geloof het of niet, maar het was een kinderdroom. Cliché hé!
Ik ben gestopt met topsport in 2000, maar toen was ik te oud voor de politie. Dit dacht ik tenminste, zodat ik ondertussen als consulent bij Randstad aan de slag ging, totdat een vriend er mij op wees dat de leeftijdsgrens was weggevallen door de politiehervorming. Eens ik dit had gecontroleerd, was ik de volgende dag al ingeschreven. Ik startte in 2003 als hulpagent in Brussel.
Merk je overeenkomsten tussen toenmalige trainingen en de opleiding/training tot politiemens? (fysieke inzetbaarheid)
Het is toch minder zwaar (lacht).
Je hebt het fysieke aspect natuurlijk…
Klopt, maar je kan dat toch niet vergelijken. Ik kon er wel enigszins voordeel uit halen, gezien je als topsporter geleerd hebt om niet op te geven en discipline kweekt.

En naar normen en waarden toe? Ik denk dan aan groepsgeest en samenhorigheid?
Ik deed een individuele sport hé. We waren wel een judoteam en we trainden samen, maar au fond is judo een individuele sport en moet je een soort egoïsme in jou hebben, want als je dat niet hebt, ontbreekt de wil om te winnen.
Dit was voor mij op sommige momenten een probleem, althans voor Jean-Marie Dedecker, mijn coach in die tijd, die mij niet egoïstisch genoeg vond. Voor de sport was dit niet zo positief, maar in mijn huidige job komt dit mij goed van pas. Ik ben altijd meer een sociale mens geweest.


Ervaar je binnen de politiewereld dezelfde samenhorigheid als binnen de sportwereld?
Goh, als sporter was er zeker samenhorigheid, want je ziet af op training. Topsport is afzien! Bij de politie is dit anders, je kan dat niet vergelijken.

Verder lezen?  Weldra online en volgende week in je brievenbus...

Interview: Alain Peeters